naar top
Menu
Logo Print
26/03/2019 - STEFAN ACKE

“TIJD VAN PROFESSIONALISERING IS AANGEBROKEN“

YVES HEIRMAN (DIRECTEUR BFG-FBEP) OVER VERANDERENDE SECTOR

Professionals hebben we nodig. Dat vindt Yves Heirman, directeur van de Belgische Federatie Groenvoorzieners. “Het beroep van tuinaannemer is de laatste twintig jaar sterk veranderd, maar de perceptie bij de klanten is nog niet volledig mee. Veel tuinaannemers zijn hardwerkende zelfstandigen die hun prijzen onvoldoende kunnen doorrekenen. Als een tuinaannemer 40 euro per uur vraagt, dan vindt men hem al duur, terwijl andere beroepsgroepen met gemak het dubbele kunnen vragen. Zich aanpassen vraagt tijd. Daarom pleiten wij als federatie voor stabiliteit en tegen oneerlijke concurrentie.“

Beroep van tuinaannemer is veranderd

 

VERANDERENDE SECTOR

Yves Heirman

De Belgische Federatie Groenvoorzieners (BFG-FBEP) ontstond in 2005, als fusie van verschillende kleinere verenigingen voor de tuinsector. Yves Heirman is directeur sinds 2012. “Vroeger was de sector veel kleiner. In 1995 spraken we van zo'n 950 werkgevers, in 2018 zijn het er meer dan 3.000. Het aantal eenmanszaken is zelfs nog steviger gegroeid. Samen met de complexiteit groeide ook de nood aan organisatie. Als antwoord daarop is BFG opgericht, een Belgische federatie. We voeren promotie voor de tuinaannemer in samenwerking met het VLAM, we proberen het beleid te beïnvloeden en we organiseren heel wat leerrijke activiteiten. Zelf heb ik geen tuinachtergrond. Dat was de bedoeling van BFG: ik ben econoom van opleiding en heb een verleden in de IT-wereld. Als er nu twee zaken 'hot' zijn, dan zijn het economie en digitale transformatie. Alles wordt zodanig complex dat de zelfstandige niet meer alles alleen kan doen: werken, klanten zoeken, boekhouding, reclame maken, sociale media onderhouden ... De federatie is er om de tuinaannemer daarbij te ondersteunen.“

Groen is noodzaak (geworden)

Waarom is de sector zo gegroeid? “Groen werd gezien als iets wat gratis groeit; mensen waren niet geneigd om ervoor te betalen. Nu groeit het bewustzijn dat groen een noodzaak is; er is ook steeds minder van. Dat geldt zowel voor het platteland als voor de steden. Doe je ogen dicht en denk elke boom en struik weg uit je stad. Je bent dood. Dat bewustzijn groeit, mede dankzij de Belgische en Europese federaties.
Een tweede reden is dat groen is verschoven van een last naar een investering. Eindelijk begint men te beseffen dat groen de waarde van een huis of een omgeving laat stijgen. De particulier ziet de tuin meer en meer als extra ruimte waarin hij kan genieten. Ook de overheid beseft dat groen zichzelf dubbel en dik terugverdient, omdat het de levenskwaliteit verbetert en andere activiteiten, zoals horeca, aanzwengelt.
Tot slot is er ook de afname van kennis. Nog maar enkele jaren wonen er meer stedelingen op de wereld dan niet-stedelingen. Veertig jaar geleden had iedereen een landbouwer met wat kennis van groen in de familie, nu hebben we dat niet meer. Er is dus meer nood aan een tuinprofessional. De vraag is ook veranderd. Twintig, dertig jaar geleden zei men: “Mijn haag staat te hoog en mijn gras is te lang. Kom jij dat verhelpen?“ Nu is de vraag van overheden: “Kunnen wij sociale inclusie brengen in onze steden via een publiek park?“ Dat is al een heel andere vraag."

Meer en beter groen

Meer en beter groen

“Wij voeren actief promotie voor meer en beter groen. Onze sector heeft het grote geluk dat wij een dienst verlenen die 'goed' is: hoe meer groen, hoe beter. Maar je moet er ook zinnig mee omgaan. Het heeft geen zin om bomen te zetten in een winkelwandelstraat die je het jaar nadien weer moet weghalen, omdat er geen enkele professioneel heeft gezegd dat de kuilen te klein waren of de bomen niet geschikt waren. Daarvoor heb je een professional nodig.“

Europees verhaal

Heirman was van 2016 tot 2017 ook directeur van de European Landscape Contractors Association (ELCA). De missie was om de zetel van ELCA te verhuizen van Duitsland naar Brussel. Het kantoor ligt nu recht tegenover het Berlaymontgebouw in Brussel.
“Door samen te werken met omringende landen, kun je problematieken op voorhand zien aankomen. De buxusmot hebben we een jaar op voorhand kunnen aankondigen. We kunnen leren van de manieren waarop buurlanden met droogtes of zaken als de fytolicentie omgaan. Die zaken ziet de tuinaannemer vaak niet. Hij is bezig met zijn vak, en hij heeft daar groot gelijk in, maar zonder die federatie zou de tuinsector niet staan waar hij vandaag staat.
Nu meer en meer beslissingen zich op het Europese niveau afspelen, is het belangrijk om ook daar een stem te hebben. Ik zou graag zien dat zo veel mogelijk tuinaannemers zich aansluiten bij ELCA, opdat ze ook in Europa zouden zien dat tuinaannemers een sector vormen. Iedereen spreekt over de automobielsector, de bouw of de chemie, maar wie ziet tuinaanleg en -onderhoud als een sector? Ze spreken over de hovenier. Men is er zich nog niet van bewust hoe groot de tuinsector is.“

 

PROBLEMATIEKEN

Prijzen zijn te laag

“Veel tuinaannemers zijn hardwerkende zelfstandigen die hun prijzen onvoldoende kunnen doorrekenen. Men vindt het normaal dat men in andere beroepen 70 euro per uur vraagt. Als een tuinaannemer 40 euro per uur vraagt, dan vindt men hem al duur. Daarbij komt dat iedereen zomaar kan beginnen met tuinaanleg. Is dat een probleem? Niet altijd, want als dat een goede tuinaannemer is, dan hebben we er een gewonnen en de vraag is groot genoeg, maar we zien wel dat er ook veel 'cowboys' in starten: mensen die zeggen dat ze het wel doen voor 25 euro per uur, wat het voor de rest nog moeilijker maakt om 35 euro per uur te vragen. Het idee om mensen tot 500 euro per maand onbelast te laten bijverdienen is nobel gestart, maar voor de tuinsector zet het de deur naar nog lagere prijzen wagenwijd open. Als je duizend bijklussers hebt, dan spreek je over zes miljoen euro omzet die niet naar professionelen gaat, maar dat is niet eens het grootste probleem. Die klussers werken veelal onder de prijs en voeren het beroep uit zonder goed te weten waar ze mee bezig zijn. Dat is het probleem. Iedereen is ervan overtuigd dat groen oplossingen biedt, op allerlei domeinen: luchtkwaliteit, waterabsorptie bij hevige regenval, sociale inclusie en zelfs de strijd tegen obesitas - parken en voetbalvelden bieden immers plaats om te bewegen - maar niemand is bereid om daar de normale factuur voor de betalen. Waarom? Omdat de perceptie bestaat dat iedereen dat kan, maar dat is denken in termen van twintig jaar geleden. Iedereen kan gras maaien, maar niet iedereen kan een tuin ontwerpen waar je 3.000 man per jaar kunt ontvangen. Ik heb een indrukwekkend project bezocht, waar paarden rondliepen. De opdrachtgever wou daar per se een bepaalde struik zetten, maar de tuinaannemer, een vrij timide persoon, ried hem dat af. Hij heeft dat drie keer gezegd, tot de opdrachtgever het verstand had om te vragen: “Waarom?“ Het antwoord was heel simpel: “Als uw paarden daarvan eten, dan gaan ze dood.“ Dat is professionalisme, daar heb ik gerust geld voor over.“

Prijzen zijn te laag

BTW-anomalie opgelost

“De tuinaannemer lijdt ook onder een btw-anomalie. Als een particulier zijn planten rechtstreeks gaat kopen, dan betaalt hij 6% btw, als het op de factuur van een tuinaannemer staat, dan kost dat hem 21% btw. Hij rijdt dan naar een leverancier om zelf een bestelling te doen, want hij kan rekenen. Vervolgens vraagt hij aan zijn tuinaannemer om die bestelling naar hem te brengen, want zelf kan hij dat niet. Dan moet die tuinaannemer zeggen: “Neen, want ik mag geen transport voor derden doen.“ Dan staat de klant daar. Een transporteur gaan halen heeft geen zin, want dan verliest hij dubbel en dik zijn btw-voordeel. Wat gebeurt er dan? Dan gaat hij bij iemand die het niet nauw neemt met de regels, en zo krijgt het beroep een slechte naam. Dat zijn de zaken waar wij tegen strijden, en nu is de verlaging van het btw-tarief van 21% naar 6% eindelijk goedgekeurd in de Commissie Financiën van het Federaal Parlement, mede dankzij de inzet van onze vereniging en Kamerlid Rita Gantois."

Veranderende regels

“De transities volgen elkaar steeds sneller op. Veranderen is het modewoord van vandaag. Als je met levend materiaal werkt, dan heb je juist behoefte aan stabiliteit. Soms moeten we als federatie eens op de rem gaan staan. De digitalisering, de fytolicentie, GDPR: dat zijn grote veranderingen, en als die allemaal kort op elkaar volgen, dan is dat dodelijk voor kleine ondernemingen. Ik krijg dagelijks oproepen om mijn sector te bevragen. Dat gaat niet, want die mensen zijn hard aan het werken. We zien dat er heel wat maatschappelijke verantwoordelijkheden worden doorgeschoven naar bedrijven. Maatschappelijke vorming, sociale economie ... het zijn nobele doelstellingen, maar je moet het aankunnen als bedrijf. Omdat we als sector zo snel gegroeid zijn, moeten we opletten voor groeipijnen. De tijd van professionalisering is aangebroken, maar je moet de tuinaannemer wel de tijd gunnen om zich aan te passen. Wij proberen daarbij te helpen.“

Tuinaannemers in Vlaanderen

Eerlijke concurrentie

“Een voorbeeld is het plan voor eerlijke concurrentie. Daar werd de ondernemer nogal gestigmatiseerd. Wij hebben daar expliciet in laten opnemen dat ook de medewerkers en de klanten gesensibiliseerd moeten worden. Als de medewerker niet vraagt om in het zwart betaald te worden, dan zal de werkgever dat ook niet doen. Als de klant dat niet vraagt, dan is er geen enkele tuinaannemer die zal staan springen, want dat brengt hem meer last dan wat anders. En als de overheid geen overheidsopdrachten uitschrijft tegen 25 euro per uur, dan moeten ze niet zoeken naar allerlei trucs om het toch maar rond te krijgen voor die prijs.“

Plantengarantie

De droogte van afgelopen zomer plaatste veel tuinaannemers voor problemen: er moesten veel planten gratis vervangen worden.
“Daar moet je een onderscheid maken tussen particuliere en publieke opdrachten. Tuinaannemers die zich specialiseren in publieke opdrachten, worden verplicht om garantie te geven. Helaas zegt de overheid ook dat je geen water mag geven, dus je planten gaan toch dood. Dan wordt het moeilijk, dan staat de tuinaannemer met zijn rug tegen de muur. Daarom hameren we erop om in Standaardbestek 250 uitzonderlijke situaties, zoals afgelopen zomer, uit te sluiten van de garantieplicht.
Tuinaannemers die vooral particuliere opdrachten doen, kunnen we helpen door hen ervan bewust te maken dat garantie een kost heeft. Nu geeft men vaak plantengarantie zonder erbij na te denken. Maar wat is de kost? Het volume maal de probabiliteit van het risico. Als je 100 bomen plaatst en de kans dat er iets zal gebeuren, is 2%, dan moet je de kost van 102 bomen doorrekenen. Die risico's kun je inschatten door de historieken te bekijken: kijk naar wat er de voorbije tien jaar is gebeurd en neem het gemiddelde. Het hangt ook af van de plantensoorten waar je mee bezig bent: iemand die zich in buxus heeft gespecialiseerd, zal een ander risico lopen. Je kunt de kleine tuinaannemer moeilijk een gebrek aan ondernemersprofessionaliteit verwijten. Die heeft geen bureau met twee man die alles kunnen inschatten. Maar daarvoor zijn wij er, en daarvoor hameren wij op betere prijzen. Als je niet kunt doorrekenen, dan heb je geen budget en dan kun je geen tegenslagen aan. Dan is je businessmodel niet futureproof - dat is de econoom die spreekt. (lacht) Het is jammer dat veel startende jongeren na verloop van tijd moeten afhaken omdat ze een financiële klap krijgen. Dat willen wij vermijden. Die ondernemersgeest willen we graag overbrengen aan onze mensen, om zo de hele sector te versterken.“