naar top
Menu
Logo Print
28/05/2019 - STEFAN ACKE

“MIJN TUINEN ZIEN ER NIET SPECTACULAIR UIT, MAAR ZIJN HET WEL"

TUINARCHITECT OLIVIER FOUBERT (TOF TUINONTWERP) ZET FUNCTIONALITEIT BOVEN ESTHETIEK

Meer wetenschap in de tuin, daar pleit tuinarchitect Olivier Foubert voor. “We weten nu veel meer dan tien jaar geleden, maar die kennis wordt nog te weinig in de praktijk gebracht. Ik zie nu veel tuinen die heel hard op elkaar lijken, omdat tuinaannemers voortdurend naar elkaar kijken. Zelf wil ik die eenheidsworst doorbreken met tuinen die in de eerste plaats een ecologische meerwaarde hebben. Tuinarchitecten en tuinaannemers moeten elkaar de hand reiken: de wetgeving wordt steeds strenger en de aannemers hebben steeds meer zorgen over hun personeel en hun werven. Wij, architecten, kunnen hen helpen."

Tuinarchitect Olivier Foubert

 BUITEN HET KADER DENKEN

De passie voor planten begon te groeien vanaf zijn zestiende, toen Olivier Foubert (TOF Tuinontwerp) vakantiewerk deed op een lokale plantenkwekerij. “Ik was graag met planten bezig en daar wou ik iets mee doen. Ik ben dan begonnen met een opleiding in de tuin- en landschapsarchitectuur. Nadien heb ik nog een master stedenbouwkunde gevolgd en kon ik aan de slag bij een bekend ontwerpbureau. Ik heb daar veel geleerd, maar naarmate je ouder wordt, weet je veel beter wat je wilt, en vooral wat je niet meer wilt. Ik heb dan beslist om als zelfstandige tuinarchitect te beginnen. Ik heb het geluk dat ik heel veel opdrachten krijg van een groot ontwerpbureau, waardoor ik daarnaast mijn eigen projecten kan doen."

Impact van tuinen op de omgeving

Bij die eigen projecten plaatst Foubert 'functionaliteit' boven esthetiek. “Die opleiding tot stedenbouwkundige heeft me een heel andere kijk gegeven op de impact van tuinen. Zonder die opleiding dacht ik enkel binnen de contouren van de perceelgrens, zonder stil te staan bij de impact op biodiversiteit en waterhuishouding. In een land als België, dat ruimtelijk versnipperd is met weinig grote groenoppervlaktes, is het belangrijk om buiten dat kader te denken. Ik probeer ook altijd te werken met lokale aannemers. Aannemers die van ver moeten komen, kosten al meer, en het is ook niet ecologisch. Ik kan geen 'art and build' doen, maar mijn klanten zijn vrijer. Ik kan nuchter en objectief advies geven, zonder dat ik gebonden ben aan bepaalde materialen of stijlen. Ik heb natuurlijk wel mijn eigen stijl, maar ik heb zelf geen stock van bepaalde materialen. De meeste bureaus werken met de materialen die ze kennen, maar op den duur worden alle tuinen zo kopieën van elkaar."

 

PRIJSPROFIELEN

Prijzen

Foubert: “Ik groei vooral door mond-tot-mondreclame. Van mensen die mij via de imkerij kennen, krijg ik ook vaak vragen. Dan zitten we meteen op dezelfde lijn; een perfect gemillimeterd gazon zullen die mensen niet vragen. Het is wat ik wil en ook wat mijn klanten willen: een perfecte match. Je mag ook het belang van een website niet onderschatten. Ik kreeg al aardig wat reacties via tuinaannemer.be (het initiatief van het VLAM, red.) en daar zijn ook al enkele reacties op gekomen. Op mijn eigen website werk ik met vier prijsprofielen, van basic tot prestige. In Nederland zie je dat veel meer dan hier. Ik heb dat bewust gedaan, omdat veel mensen geen flauw benul hebben van wat een tuinarchitect kost. Dat is al een eerste goede filter. Ik heb de prijzen wel bewust laag gezet, om ook niet te veel klanten te mislopen. Uiteindelijk is elke opdracht maatwerk.”

 

Eigen stijl

“Toen ik begon, dacht ik dat ik géén eigen stijl had en dat ik gewoon alles kon: klassiek, modern, strak, ecologisch … Dat is natuurlijk niet waar. Sinds ik meer kennis van de natuur heb opgedaan, ben ik onvermijdelijk opgeschoven naar het ecologische. Ik zou perfect een moderne tuin kunnen ontwerpen, maar er zal meer in staan dan een gazon en een taxushaag. Wat telt, is de ecologische meerwaarde. Er zijn altijd bepaalde evenwichten te vinden. Dat houdt ook in dat mijn tuinen er niet zo spectaculair uitzien, maar naar beleving hebben ze des te meer te bieden. De spectaculaire tuinen die je in veel magazines ziet, zijn superstrak en afgelikt. Ik vind die tuinen zelf ook heel mooi, maar dat past niet bij mijn visie. Ik zal altijd eerst letten op de plantenkeuze, en voor de doorsneeconsument valt die veel minder op. Sterker nog: veel mensen vinden wilde tuinen slordig en niet goed onderhouden, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Mijn tuinen bewijzen dat. Ze horen niet thuis in het spektakelgamma, maar blinken wel uit in ecologische meerwaarde. Combineer dat met een functioneel ontwerp en een esthetische materialen- en plantenkeuze en je bereikt zo veel meer. Ik vind dat zo'n strakke tuin vooral geld kost en geen ecologische functie heeft - mensen zitten nog te veel met het beeld dat alles kraaknet en gemillimeterd moet zijn. Dat mág, ieder zijn mening, maar ik zal het zelf niet doen. De waarde van mijn tuinen zit niet zozeer in de esthetiek, maar wel in de ecologische meerwaarde."

Inheemse planten

Wat is dat nu precies, die ecologische meerwaarde?
“Toen ik nog op zoek was naar een job, stootte ik op een imkercursus. Dat imkeren - ik heb ondertussen twaalf bijenkasten - heeft mijn kijk op planten radicaal veranderd. Vroeger koos ik planten omdat ze mooi waren en omdat ze goed zouden gedijen op een bepaalde grond. Nu vraag ik me ook altijd af of de plant goed is voor bijen, vlinders en andere dieren. Ik zal veel meer inheemse planten gebruiken dan vroeger, omdat ik nu weet welke waarde die hebben voor onze inheemse fauna. We hebben hier bijvoorbeeld een beperkt aantal bijensoorten die slechts van één inheemse plant leven. Je kunt echter ook heel veel bereiken met uitheemse planten, maar ze moeten een verwantschap hebben met de inheemse soorten: hetzelfde type bloem, dezelfde bloemstructuur. Op een Europese eik leven hier honderden soorten organismen, op een Amerikaanse eik slechts een handvol. Dat bedoel ik met de ecologische waarde van planten. Dat wil niet zeggen dat er bij mij geen uitheemse planten in komen, ik zoek daar een evenwicht. De kastanje was hier 1.500 jaar geleden niet, maar gedijt hier ondertussen perfect. Veel uitheemse planten hebben onze inheemse vogels en insecten ook juist ontzettend veel te bieden. Je moet het echt geval per geval bekijken."

“Ik zal veel meer inheemse planten gebruiken dan vroeger, omdat ik nu weet welke waarde die hebben voor onze inheemse fauna. We hebben hier bijvoorbeeld een beperkt aantal bijensoorten die slechts van één inheemse plant leven”

Opletten bij aanleg

“Verder probeer ik erop te letten hoe ik bomen en planten inteken. Bomen onder kiezels zal ik zelf nooit aanleggen: na twintig jaar is die boom gewoon op. Die staat niet in een normale bodem; die krijgt geen organisch materiaal, geen voedingsstoffen. In het begin ziet dat er fantastisch uit, maar je boom lijdt eronder. Als je het doet, wanneer je uitgangspunt bijvoorbeeld een gravelgarden is, moet je de beplanting erop afstemmen. Anders werkt het niet. Ik let vooral op de toekomst. Als je nu bomen kapt, moet je er een aantal herplanten. Dat is goed, maar ze zetten die bomen dan heel dicht bij elkaar, die inheemse bomen worden groot en na vijftig jaar gaan ze toch weer tegen de vlakte. Ik begrijp dat niet. Ik zet dan liever een boom die maar dertig jaar oud wordt en maar half zo groot wordt. Die kan dan zijn volledige levenscyclus afronden. Ik probeer te kijken naar hoe je het maximum uit planten kunt halen, qua levensduur en qua insecten."

Wel herbiciden

Op de vraag of hij herbiciden gebruikt, antwoordt Foubert verrassend genoeg positief. “In sommige situaties kun je bijna niet zonder. Ik vind dat je het bij de start van een project één keer mag doen. Mijn imkervrienden zullen me dit niet in dank afnemen, maar als je het niet doet, dan zal je tien jaar lang een ongelofelijk gevecht leveren tegen ongewenste planten. Het gaat hier om de start van de werken. Wanneer de aanleg voltooid is, moet de tuin zo ontworpen, aangelegd zijn en onderhouden worden dat herbiciden niet nodig zijn. Daar wordt vandaag nog veel te weinig aandacht aan besteed. Het heeft natuurlijk geen zin om alles kapot te spuiten en je tuin vervolgens twee jaar lang te laten liggen om dan nogmaals te spuiten. Ik gebruik het ook niet graag, maar soms kun je niet anders.
In mijn eigen tuin heb ik eerst geprobeerd om alles af te dekken met karton, maar dat is bijna niet haalbaar. Een klant die snel resultaat wenst, andere partijen die de werfzone nodig hebben … Je kunt die grond gewoon geen jaar bedekt houden. Wat ik soms wel vraag, is om de uitgegraven 'subsoil' tijdelijk te stockeren en af te dekken. Zo blijft deze zadenarm. Soms ben je beter met de korte pijn, om direct te kunnen starten met de werkzaamheden. In tuinaanleg en projectontwikkeling heb je dat nodig. Ik hoop dat er binnenkort duurzamere herbiciden op de markt komen. Moeten we er zuiniger en verstandiger mee omspringen? Absoluut. Maar de kleine hoeveelheden die de particulier gebruikt, zijn toch minuscuul in vergelijking met de grootverbruikers. Als we dat in alle sectoren jarenlang verstandig hadden gebruikt, dan waren er veel minder problemen geweest."

“Camassia is een dankbare plant voor in de border. In het voorjaar stelen de blauwe toortsen de show, waarna de plant in de zomer volledig verdwijnt. Op die moment nemen de talrijke grassen het over”

COPY-PASTECULTUUR

“Ik vind dat er gerust wat meer wetenschap in onze sector mag komen. Ik kom veel jonge tuinaannemers die ermee beginnen omdat ze graag in het groen werken, maar ik vind het jammer dat ze soms weinig kennis hebben. Ons beroep is niet beschermd: iedereen kan zomaar beginnen als tuinaannemer of tuinarchitect. De stielmannen van vroeger hebben wel heel veel kennis, maar sommigen denken nog volgens de principes van dertig jaar geleden. Zij hebben nu een grote naam, dus veel jonge mensen gaan een beetje copy-pasten wat zij doen. Ze maken mooie dingen, maar ze stellen te weinig in vraag. Qua plantenkeuze blijven ze hangen bij taxus, buxus, magnolia en pennisetum zonder te kijken naar de bodem. Daar is ondertussen veel meer kennis over dan vroeger. Ik plant zelf geen pennisetum meer; ik vind dat een fantastische plant, maar iedereen plant ze omdat ze zo veelzijdig is.
Nog een voorbeeld: bomen worden nu vaak aangeplant met een irrigatiebuis en een beluchtingsbuis. Dat kost geld, en dat gebeurt zelfs in particuliere tuinen. In een stedelijke context kan ik dat begrijpen, want die grond wordt meer samengedrukt. Maar waarom zou je zoiets doen in een particuliere tuin, waar al die processen normaal kunnen verlopen? Er zijn een paar onderzoeken naar gebeurd; geen enkel toont aan dat het werkt, en toch raadt iedereen het aan. Zo zijn er bijvoorbeeld ook veel te veel overbodige drainages en gootconstructies omdat er te weinig wordt nagedacht over hoe dat water op een alternatieve manier kan worden gebufferd. Dat vind ik jammer."

Specialiseren

“Ik begrijp wel dat dat allemaal niet evident is. Ik kan daar allemaal veel tijd in steken omdat ik mij niet bezig hoef te houden met personeelsadministratie en het organiseren van een werf. Alle sectoren specialiseren zich en ik denk dat dat ongetwijfeld ook voor onze sector het geval zal zijn, met enerzijds een goede aannemerij en anderzijds goede ontwerpers, en die zullen elkaar moeten vinden.
Tuinaannemers moeten zich tegenwoordig met zodanig veel tegelijk bezighouden dat ze minder tijd gaan hebben voor het groene en voor de regelgeving. Als ik zie wat er de laatste jaren bij is gekomen, dan is op den duur bijna elke tuin wel in overtreding. Tuinaannemers en tuinarchitecten, die tijd hebben om zich voortdurend bij te scholen, moeten elkaar de hand reiken. Ik zie de tuinarchitect als extra kwaliteitscontrole, maar ik leer evengoed vaak bij van tuinaannemers. De kennis van de aannemer en de vooruitstrevendheid van de tuinarchitect: dat is de perfecte combinatie!"