naar top
Menu
Logo Print
28/05/2019 - LIEVEN VANCOILLIE

STERKE OPMARS BLOEMENWEIDESVRAAGT SPECIALE KENNIS

ALLES OVER BODEMSTRUCTUUR, BLOEMENMENGSELS EN MAAIBELEID

Elke tuinprofessional weet het: bloemenweides zijn weer in. Vaak als alternatief voor grasvlaktes, voor het beheer van openbaar groen en op braakliggende terreinen. Naast het decoratieve trekken ze ook nuttige insecten aan, zoals vlinders, bijen en hommels. De aanleg vereist kennis over de bodemstructuur, de soorten bloemenmengsels én een aangepast maaibeleid. Op vele vragen bieden we u een genuanceerd antwoord. Want een bloemweide kiest u niet zomaar.

Door de toegenomen aandacht voor biodiversiteit zijn bloemenweides aan een stevige opmars bezig

BIODIVERSITEIT

Door de herhaalde cyclus van maaien en hooien zagen we vroeger op het platteland overal bloemrijke hooilanden. Maar schaalvergroting en intensievere landbouw, met o.m. overbemesting en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, zorgden voor veeleer monotone graslanden met weinig of geen ecologische waarde. Weg diversiteit, weg bloemenweides. Wat restte, waren vaak onaantrekkelijke akkerranden, wegbermen en braakliggende terreinen. Daarop hielden alleen de sterkste en meest competitieve soorten stand: weg diversiteit.

Sterke opmars

De laatste jaren zijn bloemenweides (of bloemenakkers) aan een sterke opmars bezig. Zo zijn die bloemenvelden een welgekomen alternatief voor een traditioneel, heel arbeidsintensief gazon. Meer en meer openbare diensten zaaien ook bloemenweides in als een andere keuze voor het traditionele groenbeheer. Dat is deels het gevolg van het verbod sinds 1 januari 2015 om onkruid te bestrijden met pesticiden. Bloemen trekken daarnaast insecten aan, die vogels dan weer lekker vinden. Er bestaan ook almaar meer pop-upbloemenweides: op braakliggende terreinen bijvoorbeeld, of op bedrijventerreinen, die nog in volle ontwikkeling zijn. Gemeenten kunnen in hun wetgevende omgevingsvoorschriften opnemen dat bloemenweides moeten worden voorzien.

 

BODEMANALYSE

Voor de aanleg van een bloemenweide en de keuze van het bloemenzaad is de status van de grond van uw cliënt belangrijk. Een bodemanalyse geeft inzicht in de zuurtegraad, de grondsoort, de aanwezigheid van verschillende voedingselementen én het humusgehalte. Zo weet u hoe rijk of hoe arm de bodem is. Dan kunt u beslissen of bijvoorbeeld bekalken nodig is. Grondstalen neemt u het best op een diepte van 10 tot 20 centimeter én op verschillende plaatsen, zodat u een beter totaalbeeld krijgt van het volledige perceel. Het verschil tussen bijvoorbeeld zand-, klei- en leemgrond kunt u zelf nagaan. Neem wat grond en bevochtig deze. Gebruikt niet te veel water en wrijf dat tussen duimen en wijsvinger.

• Zanderige bodem: u kunt geen bolletjes maken, de grond voelt wat korrelig aan en kleeft niet.
• Zanderige leemgrond: de grond voelt wel wat korrelig aan, maar u kunt er wel een bolletje van rollen.
• Zanderige kleigrond (kleileem): het mengel is wat kleverig, u kunt er een rolletje van maken.
• Echte kleigrond: u kunt het rolletje zelf buigen.

Voor elke grondsoort bestaan er verschillende soorten bloemenmengsels. De aard van de bodem bepaalt voor welke soort planten u gaat kiezen: zuurhoudende, PH-neutrale of kalkhoudende. U kunt uiteraard altijd de zuurtegraad van de grond beïnvloeden, zodat elke plant of bloemenzaad wel de ideale voedingsbodem krijgt.

 

MET OF ZONDER GRAS

Eerste belangrijk aandachtspunt: gaan we voor een bloemenweide mét, of een zonder gras? Bij een weide verwacht u gras, maar u kunt in een bloemenweide gerust opteren om het zonder gras te doen. Indien u wel gras wilt, moet u er wel rekening mee houden dat niet elke soort zaad- en bloemenmengsel in combinatie met gras kan worden gebruikt. Grassen groeien vlug en ontnemen zo veel licht én voeding van de jonge plantjes. U kunt als groendeskundige ook kiezen om wel onmiddellijk grassen in te zaaien. Voornaamste reden is dat uw cliënt dan de grassoorten zelf uitzoekt. Hij of zij verkiest dan bijvoorbeeld fijnere en traag groeiende soorten, zoals reukgras, bevertjes, kamgras en rood zwenkgras. Zo niet krijgt u in de bloemenweides heel algemene, vrij grove en snelgroeiende grassoorten, zoals witbol, kweekgras en Engels raaigras. Indien u zulke grassoorten wilt vermijden, maakt u de bodem het best niet te voedselrijk. Anders krijgt u vroeg of laat, en in dit geval eerder vroeg, weer soorten grassen die uw cliënt minder graag tussen de bloemen ziet opgroeien.

 

VERSCHRAAL DE BODEM

Verschralen zorgt ervoor dat er minder voedingsstoffen in de bodem komen. Na korte tijd zal het bodemleven zich al ontwikkelen en zal de balans tussen de voedingsstoffen, die vaak heel subtiel is, hersteld worden. Zo krijgen zaden de kans om te bloeien, en zullen planten die er vroeger groeiden, maar door de te voedselrijke bodem weer verdwenen waren, weer herleven. Vermijd absoluut bemesting! Die bemesting zorgt er alleen maar voor dat grassen tot volle ontwikkeling komen en bloemen volledig worden weggedrukt en geen licht, voeding en zuurstof meer krijgen. Nefast voor de ontwikkeling van het verhoopte bloementapijt. Bloemenweides ontwikkelen zich dus het best op armere gronden.

Zand toevoegen

U kunt de bodem vlugger verschralen door zand of een zandachtige ondergrond toe te voegen. Daarbij wordt eerst de bodemlaag afgegraven. Nadeel zijn uiteraard de kosten. Ook het verplaatsen van de bodem zelf is een weinig duurzame oplossing. Door het vergraven van het terrein ontstaan overgangen tussen droog en vochtig, voedselrijk en voedselarm, zuur en kalkrijk. Voedingsstoffen worden van hogere delen uitgespoeld naar de lagere delen in een terrein. Maak gebruik van dit gegeven bij het streven naar diversiteit. Hierbij kunnen bijvoorbeeld van de voedselrijke teeltlaag heuvels gemaakt worden, die worden afgedekt met een schralere laag. Nog deze tip: het is zonde als u waardevolle, eeuwenoude landschapsstructuren onherstelbaar zou vernietigen.

Maaien en afvoeren

Een andere manier is om de bestaande vegetatie te maaien en af te voeren. Dit proces wordt versneld door het eerste jaar wat stikstof te geven, waardoor de vegetatie sneller groeit en meer voedingsstoffen opneemt zoals kali en fosfaat. U maait dan na de zaadzetting van de planten, omdat de plant daar fosfaat en kali voor nodig heeft. Aan deze methode kleven natuurlijk ook bezwaren. Omdat u na zaadzetting maait, vindt er dus uitzaaiing plaats en bent u de snelgroeiende vegetatie nog niet kwijt. Om de bodemstructuur te sparen, moet u erop letten om niet met zware apparatuur te maaien. Aandachtspunt is dat verschralen door middel van maaien of begrazen weliswaar snel leidt tot afname van stikstof en kali in de bodem, maar dat fosfaat in de bodem blijft omdat dit weinig uitspoelingsgevoelig is en beperkt door de planten wordt opgenomen. Daardoor ontstaat nogal eens een vegetatie van ridderzuring, distel en witbol. Het is lastig om fosfaat te verminderen. Een oplossing is het verschralingsproces wat te rekken in tijd door wat stikstof te geven in het voorjaar om de plantengroei te bevorderen en daarmee wat extra fosfaat af te voeren. U houdt er het best wel rekening mee dat het minstens vijf jaar duurt om van een rijke grond een arme bodem te maken.

Een arme bodem is een must voor een diverse bloemenweide

SOORTEN MENGSELS

De keuze van het soort mengsels van bloemenzaden hangt af van de gewenste duurtijd: we onderscheiden een- of tweejarige bloemenweides of vaste bloemenweides, met vaste planten. Afhankelijk van de bodemsoort zijn ook verschillende mengsels verkrijgbaar. Een goed inzicht in de bodem is daarbij dus van doorslaggevend belang. Daarnaast zijn er ook mengsels die interessanter zijn voor de ontwikkeling van de biodiversiteit en de komst van bijen en hommels. Er zijn ook mengsels met eetbare bloemen en planten op de markt. Bij een- of tweejarigen krijg je al snel een grote pracht van bloemen en veel kleur. Loon naar werk, en onmiddellijk resultaat. Maar zoals aan elke medaille is ook hier een keerzijde: na enkele jaren moet u weer inzaaien. Wie meerdere jaren wil genieten van dezelfde planten, gaat voor mengsels met uitsluitend vaste planten. Een combinatie van beide is uiteraard ook mogelijk. Voor bloemenweides vanaf enkele honderden vierkante meter wordt meestal gekozen voor een combinatie van bloemen én grassen.

 

WANNEER INZAAIEN?

De bloeiduur van een bloemenweide kan worden vervroegd met bloembollen en -knollen. Dat oogt niet alleen mooi, het zorgt ook voor extra stuifmeel en nectar voor insecten. Het zaaien doet u het best vanaf midden maart/april, wanneer we geen grote vorstperiodes meer moeten vrezen. Bloemen houden van zon. Nog een tip: kies voor inheemse soorten! Exoten en eenjarige gecultiveerde bloemen bloeien snel, maar insecten moeten echter beduidend meer moeite doen om nectar uit deze bloemen te halen.

 

INZAAIEN

Voorbereiding

Voor het inzaaien van om het even welk mengsel maken we het perceel eerst onkruid- én grasvrij, als u voor een bloemenweide zonder grassen kiest.

• Schraap en voer de bestaande grasmat af. Intensief, maar zo wordt het rijkste deel van de grond verwijderd.
• Dek de grond enkele maanden af met een ondoorzichtige folie, zodat alles afsterft.
• Ploeg de grond voor de winter, spit de grasmat minstens 30 centimeter af of gebruik een herbicide zonder nawerking.

Stappenplan

• Nu de ondergrond klaar is voor het inzaaien, gebruiken we een bodemfrees of spitten we de bodem met de hand om.
• Vervolgens halen we alle rommel uit de bodem: van onkruid en wortels, over stenen tot andere onregelmatigheden.
• Strooi vervolgens het bloemenzaadmengsel uit. Het aantal gram zaad dat nodig is per vierkante meter, varieert sterk van mengsel tot mengsel en van fabrikant tot fabrikant. Dat ligt tussen de 1 gram en 5 gram per vierkante meter. Uw zaden­leverancier stelt telkens een te gebruiken dosis voor. Om ervoor te zorgen dat de zaden bij het zaaien mooi kunnen worden verdeeld over de in te zaaien oppervlaktes, worden de zaden het best verdund met een vulmiddel. Zo is vochtig zand een veelgebruikt middel.
• Hark daarna de zaden lichtjes in de grond. Pas op dat de zaadjes niet volledig worden afgedekt. Een volledige afdekking kan leiden tot een totale mislukking van de aanleg van de bloemenweide. De zaadjes komen dan nooit meer tot ont­kieming.
• Besproei daarna de grond én hou de grond de eerste weken goed vochtig.

Bloemenweides vragen een aangepast maaibeleid

MAAIEN

Eenjarig: één keer per jaar

Een eenjarige bloemenweide maait u het best slechts één keer per jaar af. Liefst op het einde van het bloeiseizoen, in september/oktober. Nog dit: laat het maaisel na het afrijden slechts enkele dagen liggen, zodat alle rijpe zaden ook kunnen afvallen. Maar daarna voert u dat maaisel het best weg om verrijking van de grond te voorkomen. Want verrijking is niet goed voor bloemenweides. Voor het beste resultaat kunt u het best elk jaar de bovenste laag, circa 5 centimeter, wat oppervlakkig bewerken. Het is ook aangeraden om de eerste jaren lichtjes bij te zaaien. Het zorgt niet alleen voor meer bloemen, maar ook voor een sterkere, meer duurzame zaadbank.

Vaste planten

Een vaste bloemenweide, met vaste planten dus, maait u het best 1 à 2 keer per jaar. In het eerste jaar maar één keer, en dan enkel in het najaar. Een tweede maaibeurt doet u het volgende jaar dan in het voorjaar. Dat gebeurt voornamelijk bij bodems die voedselrijk zijn, wat voor een sterkere groei van onkruid zorgt. Of dat onkruid gewenst is, hangt van de persoonlijke smaak van uw cliënt af. Gefaseerd maaien is ook een optie. Het is perfect mogelijk om een eerste deel van de bloemenweide al begin juli te maaien, en de andere helft bijvoorbeeld eind oktober. Zo kunnen de insecten zich ook de hele tijd thuis blijven voelen. Ten slotte kunt u ook kiezen om een deel zelfs niet te maaien. Zo zijn er eventueel in de winter nog schuilplaatsen en voedselbronnen.

 

PRAKTIJKCASE: BART BACKAERT IN HET AALSTERSE STADSPARK

Bart Backaert (hoofdbrigadier groendienst Aalst): “Ons experiment was het herstel van het historische beheer”

Het omvormen van gazons in bloemrijke, ecologisch waardevolle graslanden is in Aalst geen dode letter. Bart Backaert van de groendienst houdt zich al jaren bezig met de zoektocht van kruisbestuiving tussen tuinieren en natuurbeheer, en kwam al snel uit bij bloemenweides. Eerste aandachtspunt was het stadspark van Aalst, 15 hectare groot en aangelegd in landschappelijke stijl in het begin van de twintigste eeuw. “Uit archiefstukken wisten we dat een groot deel van de grasvlaktes in het park tot de jaren vijftig als hooilanden werd beheerd. Ons experiment was dan ook het herstel van het historische beheer", duidt Bart Backaert.

“We wisten dat een groot deel van de grasvlaktes in het park tot de jaren 50 als hooilanden werd beheerd”

Beheer

De nu aanwezige hooilanden worden al meer dan 25 jaar op de volgende manier beheerd:

  • Een bloemenweide verhoogt de belevingswaarde in het Aalsterse stadspark1 maaibeurt per jaar (eind september, begin oktober) met afvoer van maaisel: het maaien gebeurt met de maaibalk op een trekker met één as, rond bomen met een bosmaaier. Het harken met mechanische hark en plaatselijk manueel, afvoer met trekker met lagedrukbanden. Er werd voor één maaibeurt gekozen omdat een eerste maaibeurt in juni ervoor zou zorgen dat er tijdens de vakantieperiode te veel betredingsdruk zou ontstaan.
  • voedselrijke plekken (onder bomen en langs vijveroevers) krijgen naargelang van de behoefte een hoger maairegime (doelgericht maaien van ruigtesoorten als distels en brandnetels).
  • de randen langs de verharde wandelwegen worden intensief gemaaid (gazonbeheer) met afvoer van maaisel (zitmaaier: type cirkelmaaier met opraap). Dit biedt een onderhouden uitzicht en voorkomt uitzaai van wilde planten op verhardingen.
  • loopassen ontstaan door wandelaars werden het daaropvolgende maaiseizoen als maaipaden in het hooiland gemaaid (zelfde maairegime als randen), dit verhoogde de belevingswaarde en voorkomt onnodig plattrappen van het hooigras.
  • na het hooien (eind september, begin oktober) wordt het grasland tot aan de winter kort gemaaid met zitmaaier, zodat het grasland heel kort de winterperiode ingaat. Dit vergemakkelijkt het ruimen van bladeren in de herfst en zorgt voor een korte vegetatie in de lente die ervoor zorgt dat nieuwe hooilandsoorten makkelijk kunnen kiemen.
  • in de hooilanden werden bloembollen (groepsgewijze) aangeplant om de belevingswaarde in het vroege voorjaar te verhogen, er werd een mix van inheemse en uitheemse soorten toegepast, er werd wel voor botanische soorten gekozen (Galanthus, Erythronium, Eranthus, Leucojum, Camassia, Fritilaria …).
  • er werd na een paar jaar, wanneer het verschralingseffect zijn werk toonde, grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius) ingezaaid, deze eenjarige hooilandsoort parasiteert op grassen en heeft dus een gunstig effect op het verschralen van het hooiland.

Voordelen

Ten slotte zet groenspecialist Bart Backaert nog eens alle aspecten op een rijtje. Het extensief (hooien) maaien van graslanden in parken is: cultuurhistorisch waardevol, minder milieu belastend (minder uitstoot, minder fossiele brandstoffen, minder werk), minder geluidshinder (reductie machinegebruik), verhoogde biodiversiteit, stimuleert spontane flora en fauna, creëert gelaagdheid, verhoogt de belevingswaarde en optimaliseert bodem- en waterhuishouding.