Welke houtsoorten maken furore bij terrasplanken?
De revival van houten terrassen in onze buitenruimte is een feit. Die populariteit wordt niet alleen gedreven door de authentieke uitstraling, maar steeds vaker door de lage ecologische voetafdruk en het circulaire karakter van het materiaal. Dat de keuze aan houtsoorten bovendien nog nooit zo uitgebreid is geweest, rechtvaardigt een nadere verkenning van de mogelijkheden.
Keuze voor hout spreekt voor zich
De vraag lijkt bijna overbodig, maar waarom kiezen consumenten voor houten terrassen? De authentieke look is voor velen doorslaggevend, maar ook het ecologische aspect kan zelfs bij de grootste non-believers niet in dovemansoren vallen. Onbehandeld hout is de meest ecologische grondstof ter wereld en met de gekende PEFC- en FSC-labels is de garantie er dat het hout duurzaam wordt geoogst en illegale ontbossing een halt wordt toegeroepen.
Classificatie I tot III
Hoewel er meer dan 50.000 houtsoorten in de wereld beschikbaar zijn, is het aanbod voor houten terrassen aanzienlijk kleiner. Dit heeft te maken met de duurzaamheidsklasse die de weerstand tegen elementen als houtrot en schimmels weergeeft. Houtsoorten met een natuurlijke duurzaamheidsklasse I (zoals padouk en makoré), -klasse II (zoals de Europse eik) en -klasse III (zoals tiama en douglas) zijn van nature bestand tegen langdurig buitengebruik.
Hout heeft enerzijds een natuurlijke duurzaamheidsklasse, maar kan nog duurzamer worden gemaakt door een proces te doorlopen. Hierbij worden de eigenschappen van het materiaal kunstmatig aangepast door impregnatie, onderdompeling of verhitting (zie verder). Op die manier kunnen houtsoorten met een natuurlijke lage duurzaamheidsklasse toch worden gemodificeerd om een hogere duurzaamheid te bereiken bij gebruik.
Soorten hout in een notendop
Europese hardhoutsoorten
Voor kwaliteitsvolle houtsoorten hoeven we vaak niet ver te zoeken; binnen onze eigen continentale grenzen zijn Europese hardhoutsoorten zoals de Europese eik, tamme kastanje en robinia bijzonder geliefd. Laatstgenoemde wordt vaak vergeleken met, of verward met, acacia; de tropische tegenhanger met roots in Afrika, Australië en Zuid-Amerika. Dit is waarom het vaak de naam pseudoacacia draagt. De Europese eik valt op door zijn mooie nerfstructuur, de kastanje varieert van lichtgeel tot donkerbruin, en robinia heeft een karakteristieke amberkleurige uitstraling.
De deur voor ‘Lesser Known Timber Species’ (LKTS) staat ondertussen niet meer op een kier, maar is volledig opengezwaaid
Tropische hardhoutsoorten
Tropische hardhoutsoorten blijven ondanks hun vaak besproken – en soms beruchte – herkomst geliefd. Voorbeelden zijn padouk, ipé, massaranduba, afzelia, azobe, bilinga en bankirai. De populariteit heeft echter ook een keerzijde, want de grote vraag gaat hand in hand met een stijgende schaarste en verhoogde prijs. De deur voor ‘Lesser Known Timber Species’ (LKTS) staat ondertussen niet meer op een kier, maar is volledig opengezwaaid. Tali, Jatoba, Muiracatiara en Jutai zijn enkele alternatieve houtsoorten die om de hoek komen loeren en de komende jaren vermoedelijk vaker de revue zullen passeren.
Thermisch verduurzaamd hout
Een trend die de laatste jaren in een stroomversnelling is geraakt, is het gebruik van verduurzaamd hout zonder chemische producten – beter bekend als thermische verduurzaming. Bij een chemisch proces wordt hout geïmpregneerd met of gedrenkt in een vloeistof die de houtsoort beter bestand maakt tegen schimmels, terwijl de thermische behandeling gebruik maakt van warmte om hout te verduurzamen.
Een vaak gebruikte thermische modificatie is de ThermoWood-procedure, waarbij het hout in de oven wordt opgewarmd tot 130 °C, zodat het droogt en het vochtigheidsgehalte daalt. Vervolgens stijgt de temperatuur voor enkele uren tot 200 °C, voor een diepgaande verduurzaming van het hout. Ten slotte daalt de temperatuur gecontroleerd tot 80 °C, zodat de vochtigheidsgraad opnieuw stijgt en het hout gemakkelijker bewerkt kan worden. Het thermisch verduurzaamde hout is weerbaarder tegen insecten en neemt minder snel vocht op, wat het krimpen en zwellen met 50 tot 90% vermindert.
Bepaalde leveranciers wijzen echter ook op de nadelen van thermisch gemodificeerd hout. De duurzaamheidsbehandeling gaat gepaard met een stevig prijskaartje en heeft een impact op de kracht en hardheid van de planken, waardoor ze sneller kunnen beschadigen aan het oppervlak.
Houtcomposiet
Houtcomposiet is een combinatie van houtvezels en kunststof die zich de laatste jaren heeft ontwikkeld tot een materiaal van de bovenste plank (en nog steeds blijft evolueren). Composiet kent geen splintervorming en combineert een hoge stabiliteit met een mooie look die niet moet onderdoen voor tropisch hardhout. Het enige wat composiet eigenlijk ontbeert, is dat typische, authentieke houtgevoel, al hebben de meeste leveranciers ook daarvoor inmiddels oplossingen voorhanden.
Accoya-hout
Nog nooit van de Accoya-boom gehoord? Dat is niet zo verwonderlijk. Het bronhout voor accoya is namelijk de snelgroeiende naaldboom pinus radiata of monterey-den, oorspronkelijk afkomstig uit Californië. De bomen ondergaan houtacetylering, waarbij het hout in een hoge concentratie azijn wordt behandeld. De celstructuur verandert en de celwanden blokkeren vochtopname, waardoor het absorptievermogen met 80% daalt en de stabiliteit sterk toeneemt.
Daarnaast heeft de verandering in de celwanden een opmerkelijk effect op schimmels, aangezien accoya-hout niet langer wordt herkend als een voedingsbron en derhalve niet wordt aangevallen. In het geval van insecten die trachten accoya-hout te consumeren, ontbreekt het aan voedingswaarde vanwege de gewijzigde structuur, waardoor het hout onverteerbaar wordt en dus niet vatbaar is voor aantasting.
EVOLUTIES IN DE OPBOUW
Naast het materiaal zelf liggen de ontwikkelingen ook in de manier waarop terrassen worden opgebouwd. Verborgen bevestigingssystemen zijn inmiddels gemeengoed in hoogwaardige constructies; ze leveren een strak oppervlak op zonder zichtbare schroeven en laten het hout beperkt werken. Ook de onderconstructie is sterk verbeterd door het gebruik van aluminium of hoogwaardig kunststof, die de levensduur van het draagwerk verlengt en de montage versoepelt. Onderconstructies van houtsoorten uit duurzaamheidsklasse 1 staan eveneens garant voor een lange levensduur. Tot slot zien we steeds meer variatie in plankprofielen en legpatronen.
In 4 stappen te plaatsen
Stap 1: Controleer ondergrond
Werkt u op een zachte ondergrond? Start het plaatsingsproces dan door de nodige oppervlakte af te bakenen en onkruidvrij te maken. Plaats vervolgens de eigenlijke fundamenten op twee mogelijke manieren. Plaats ofwel een stabilisébed van minstens 15 cm hoog, dat geëgaliseerd wordt met behulp van een reilat en vervolgens nagetrild wordt, om het 24 uur te laten drogen. Hierop worden de onderbalken geplaatst, die eveneens vastgezet worden met stabilisé.
Kies anderzijds voor terrasdragers in verschillende vormen: slabben of poten uit beton, terrasdragers uit polymeer of houten piketpalen. Waak er in ieder geval over dat de ondergrond 2% afhelt, zodat het regenwater vlot weggeraakt. Leg ook altijd folie of roofing tussen het beton en hout, zodat het hout geen vocht opneemt.
Werkt u op een harde ondergrond zoals beton of steen? Controleer dan eerst of de ondergrond vlak en afgewaterd is. Plaats bij een oneffen ondergrond modulaire terrasdragers om de hoogteverschillen op te vangen. Als de ondergrond effen is, plaats dan de onderbalken op de gestabiliseerde grond.
Stap 2 en 3: Plaats de onderbalken en vloerribben
Positioneer de onderbalken of kepers met een gemiddelde tussenafstand van 40 cm, gemeten van hart tot hart, bij het plaatsen van terrasplanken tussen 20 à 22 mm dik. Opteer daarbij voor hout van klasse 1 of 2, of overweeg alternatief aluminiumkepers. Veranker deze met behulp van geschikte bevestigingsmiddelen, zoals een balkdrager met U- of T-profiel, of een hoekijzer. Voeg vloerbalken haaks toe tussen de langere kepers. Werkt u met polymeerdragers? Draai dan het geheel om, bevestig de dragers stevig in de voorziene gaten aan de bovenkant van de onderbalken. Draai vervolgens alles weer om en controleer zorgvuldig of het geheel nog steeds waterpas is.
Ten slotte vervolledigen de vloerribben het kaderwerk. Plaats deze haaks op de onderstructuur, zowel aan de uiteinden als in het midden, alsook na elke meter. Besteed daarbij bijzondere aandacht aan het vermijden van het gebruik van harder hout op zachter hout.
Stap 4: De terrasplanken plaatsen
Plaats de terrasplanken op een afstand van 4 à 10 mm van elkaar om het hout voldoende ruimte te geven voor natuurlijke uitzetting en krimp. Voor het bevestigen van de planken kan gekozen worden tussen roestvaste schroeven (twee per steunpunt in de breedte) of onzichtbare clips. Vooral de laatste methode wint aan populariteit vanwege esthetische redenen. De clips worden verborgen onder of tussen het hout, waardoor storende schroefgaten verleden tijd zijn. Bovendien compenseren de clips de bewegingen van het hout, waardoor het risico op barsten vermindert.
NORMEN EN TECHNISCHE RICHTLIJNEN
Voor houten terrassen bestaat geen aparte “terrasnorm”, maar in de praktijk gelden wel een aantal Europese richtlijnen. EN 335 definieert de verschillende gebruiksklassen op basis van blootstelling aan vocht en biologische aantasting. Dit is een goede leidraad bij de keuze van de houtsoort en bijhorende behandeling. Bij verhoogde terrassen of constructies met een dragende functie dient Eurocode 5 als basis voor de dimensionering van het draagwerk. Daarnaast blijven lokale voorschriften rond hoogte, afwatering en veiligheid uiteraard van toepassing.
Minstens even belangrijk als die formele kaders zijn de basisprincipes op de werf. Ventilatie, correcte opslag, nauwkeurige detaillering en een doordachte waterafvoer bepalen uiteindelijk hoe lang een houten terras meegaat.
Hoe onderhouden en beschermen?
Na plaatsing begint het natuurlijke verouderingsproces. Onder invloed van zonlicht vergrijst het oppervlak geleidelijk naar een zilvergrijze tint. Dat is een volledig normaal verschijnsel en heeft in principe geen invloed op de structurele draagcapaciteit, al kan het oppervlak na verloop van tijd wel verweren of licht opruwen. Gewoonlijk volstaat een eenvoudige jaarlijkse reiniging met water en een zachte borstel om vuil en algen te verwijderen. Vermijd hogedrukreinigers, want die beschadigen de houtvezels en verkorten de levensduur op termijn.
Om de oorspronkelijke kleur te behouden of het hout extra te beschermen, kan men werken met oliën of beitsen. Terrasoliën voeden het hout en vertragen verkleuring, terwijl beitsen bijkomende UV-bescherming bieden. Bij hardhout en thermisch gemodificeerd hout is een behandeling technisch gezien niet noodzakelijk. Toch kiezen veel tuinprofessionals ervoor om ze periodiek te behandelen, simpelweg omdat het oppervlak dan langer mooi blijft en gelijkmatiger veroudert.
Met medewerking van B-Fix, Felix Distribution, Hout Info Bois, Houtshop Van der Gucht, LDCwood®, Outdoor Wood Concepts en Paulussen Hardhouthandel BV